Leescirkel

‘Lezers worden gemaakt door lezers’, zegt de Engelse schrijver en bevlogen leesbevorderaar Aidan Chambers in zijn boek Leespraat. Goed voorbeeld doet immers goed volgen. In datzelfde boek, in het deel De Leesomgeving, schetst Chambers een beeld van de leescirkel. In al zijn simpelheid een heel sterk model voor leesbevordering.


Om van kinderen lezers te maken zijn drie zaken nodig: een aanbod om uit te kiezen, tijd om te lezen en praten met de kinderen hoe ze de verhalen beleven. De helpende volwassene (een ouder, leerkracht of bibliothecaris) kan voorzien in deze drie voorwaarden. In beeld ziet dat er als volgt uit:


Vlieguren

Ten tweede: Lezen kost tijd. Dat is nu eenmaal zo, je hebt als lezer ‘vlieguren’ nodig om een vaardige lezer te worden. Die tijd moet de helpende volwassene dus creëren. Door bijvoorbeeld op vaste tijden met de hele groep te lezen. Een kwartier per dag lezen, levert duizend nieuwe woorden per jaar voor de woordenschat! Laat de kinderen zelf een boek kiezen voor dat vrije leeskwartier.

Daarnaast kan de leerkracht lezers-in-de-dop enorm helpen door voor te lezen. Chambers stelt voor dat iedere leerkracht iedere week in zijn of haar klas een verhalend boek (of een deel ervan), een gedicht en een prentenboek (ook in de bovenbouw!) voorleest. Drie keer in de week een kwartier voorlezen, bijvoorbeeld tijdens de kleine pauze, is een mooi begin. Op die manier breng je kinderen door de geboden materialen

op ideeën voor welke soorten boeken en verhalen ze zelf leuk vinden. Wissel af en laat ook kinderen gedichten en (prenten)boeken aandragen.

Maak de cirkel rond

Tot slot: praat over boeken. Lezen krijgt betekenis in de sociale context van de groep. Wanneer kinderen praten over de gelezen boeken* worden ze gemotiveerder om boeken te lezen. Door naar elkaar te luisteren en zelf te praten, leren ze hun gedachten onder woorden te brengen. Bovendien kunnen ze zo de wereld van het boek koppelen aan hun eigen belevingswereld. Door te praten over boeken leren ze hun leesvoorkeuren kennen en komen ze op ideeën voor nieuw leesvoer. Zo is de leescirkel weer rond.

Lees zelf

De leerkracht als helpende volwassene heeft een belangrijke voorbeeldfunctie. Door tijdens de leestijd zelf ook te lezen, laat je zien dat het belangrijk én leuk is. En tegelijkertijd blijf je op de hoogte van de jeugdliteratuur. Het draait uiteindelijk maar om één ding: het juiste boek, op de juiste tijd, voor het juiste kind. Niets mooier voor een leesbevorderaar om te zien dat een kind een sprintje trekt naar de schoolbibliotheek voor een volgend boek.


* Lees hier meer over in Kwestie van lezen, praten over boeken op de basisschool van Stichting Lezen.

Lijken uit de kast

Liselotte Dessauvagie

‘Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel!’ Misschien verzucht je dat wel eens in de klas wanneer je terugkomt en de boel op stelten staat. Het duurt soms even voor de kinderen begrijpen wat je daar nu mee bedoelt..

Vrij lezen

Liselotte Dessauvagie

Een paar kinderen uit je klas kijken even op uit hun boek wanneer je hardop in de lach schiet. ‘Is je boek grappig juf?’, fluistert die ene enthousiaste jongen vooraan. ‘Jazeker’, knipoog je terug, Misschien lees ik straks wel een stukje voor! Het gaat over een jongetje dat net zulke grappen uithaalt als jij.’ Intussen is de rest van de klas weer verdiept in ieder zijn eigen boek. Tevreden kijk je de klas rond. Een paar kinderen zit met opgetrokken knieën tegen de verwarming, eentje zit in kleermakerszit onder haar tafel, de rest zit op z’n plek. Je keert weer terug naar het verhaal van Ole in Het Pungelhuis..