Interview met Nina van het Ministerie van Oplossingen

Samen met haar vrienden wil Nina een nieuw Ministerie van Oplossingen oprichten. Maar dat gaat nog niet zo makkelijk. Er gelden superstrenge regels, en je krijgt er nog vijanden bij ook!

Op een dag neemt je vader een brief mee naar huis. ‘Voor het Ministerie van Oplossingen’ staat erop. Waarom pik jij die brief?  

‘Ik pik hem niet! Ik leen hem. Ik maak hem héél voorzichtig open en later plak ik hem weer dicht. Mijn vader is postbode en ik wil niet dat zijn baas denkt dat hij een brief is kwijtgeraakt.’

Hij is van ene Ruben, die schrijft dat hij wordt gepest. Waarom besluiten jij en je beste vriendin Alfa hem te gaan helpen? 

‘Die pestkop klinkt zó stom. Ze zegt dat Ruben een ‘negatief aura’ heeft, dat is een soort laagje energie om hem heen dat niemand kan zien. Ja, daar kan hij zich dus niet tegen verdedigen! En ze nodigt iedereen uit de klas uit voor haar verjaardag, behalve Ruben. Zo gemeen.’

Om een Ministerie van Oplossingen te beginnen moet je je aan strenge regels houden. Welke vind je het lastigst? 

‘De regel dat alles stiekem moet gebeuren! Daardoor mag ik dus niks aan mijn ouders vertellen, en de mensen die we helpen mogen het ook niet weten. Pffff. Ook de regel dat het Ministerie iedereen helpt, zelfs onaardige mensen, vind ik lastig.’ 

Jij verandert erg snel van gedachte. Zo wilde je eerst rockster worden en toen ineens Spaanse. Is het niet moeilijk om je aandacht bij één ding te houden, zoals zo’n Ministerie? 

‘Nee, want werken voor het Ministerie is elke keer anders. Het is een soort puzzel om te bedenken hoe we iemand kunnen helpen. Ik heb met een rockster gemaild, maar ben ook naar een woonboot geweest.’  

Het oude Ministerie had ook vijanden: de Zilvermannen. Hun oprichter vond dat mensen hun eigen problemen maar moesten oplossen. Heeft hij daar een punt? 

‘Nee. Zilvermannen zijn stom. Als mensen een probleem hebben, is dat niet altijd hun eigen schuld. En zelfs als dat wel een beetje zo is, dan nog kunnen ze wel wat hulp gebruiken. Want dan worden ze gelukkiger en dat is goed.’ 

 Als ambtenaar van het Ministerie krijg je er meteen vijanden bij. Krijg je het daar niet doodsbenauwd van? 

‘Het is vooral onhandig. Je moet de hele tijd opletten of er geen Zilverman achter je aankomt. En daardoor moet alles nog geheimer gebeuren. Jack, het hoofd van de Nederlandse Zilvermannen, is supergemeen. Hij wil dat ons werk stopt en hij denkt dat hij dat wel even voor elkaar krijgt omdat we kinderen zijn. Ha. Niet dus.’  

Ik werk niet bij een Ministerie van Oplossingen. Kan ik ook mensen helpen? 

‘Het helpt wel dat wij mevrouw Vis hebben, en de boeken van het oude Ministerie met alle zaken en oplossingen van vroeger. Maar zonder kan het ook. Alfa en ik hebben Ruben geholpen toen we nog niet eens wisten wat het Ministerie was. Je moet niet zomaar bij mensen aanbellen zoals wij, maar je kunt best af en toe iets aardigs doen voor iemand. Anoniem of niet.’ 

Interview met Bobba (de Gorgels)

Govrien Oldenburger

Bobba heeft een belangrijke taak: Melle beschermen. Elke nacht houdt hij valse Brutelaars op afstand, terwijl Melle slaapt. Wat vindt hij van zijn werk? Lequ! mocht de dappere Waakgorgel wat vragen stellen..

Voorlezen is leesbevordering

Liselotte Dessauvagie

Voorlezen is gemakkelijke leesbevordering. Plezier voor kinderen én leerkracht. Samen verhalen beleven zodat je je kunt inleven in een ander. Voorlezen helpt kinderen bovendien bij het taal- en leesonderwijs, omdat boekentaal veel rijker is dan gesproken taal..