De diepte in met Ole uit Het Pungelhuis

‘Ik mocht niet in het verleden peuren’ Ole dacht dat hij geen opa had. Tot die overleed. En toen moest Ole ook nog eens in zijn huis gaan wonen! Een groot, oud huis in de bossen bij de grens met België. Daar ontdekt hij waarom z’n vader nooit over het verleden wilde praten. Hoe was dat voor Ole? We vroegen het hem zelf.

Hoe is het om erachter te komen dat je tóch een opa hebt?

‘Een dode opa, hè, ik hoorde het pas op de dag dat hij doodging. Of eigenlijk de dag erna. Ik bleek dus al die jaren een opa te hebben zonder dat ik het wist. Ze hebben gewoon gelogen, m’n ouders. Echt, ik vind het zwaar belachelijk. M’n vader wilde er niet over praten en m’n moeder zei dat we dat moesten respecteren. Ja, hoor. En zij vindt dat je altijd overal over moet praten. Het liefst trekt ze de woorden eigenhandig uit je mond.

Hoe belangrijk is jouw familie voor je?

‘Welke familie? Ik heb maar één familielid, oom Arie. En m’n ouders natuurlijk. Oom Arie is niet helemaal zoals een ander. Zo zegt m’n vader het. Arie is een kind van zeven, al is hij negenenzestig. Hij is wel grappig, hoor, en hij kan er ook niks aan doen, alleen je hebt niet zoveel aan hem. Maar dat mag ik niet zeggen van m’n vader.’

Plotseling moesten jullie weg uit Utrecht, naar je opa’s huis in Brabant…

‘En ook nog in Orpel. Ze praten daar raar. Bij de snackbar zitten van die hangmannen. De eerste keer dat ik daar een ijsje ging halen, zei eentje: “Hé jungske, bende gij d’r inne van maanke Piet van rooie Piet?" Ik snapte er niks van, maar een andere man vertaalde het. Ze noemen mijn vader dus manke Piet, omdat hij maar één been heeft. Of eigenlijk anderhalf.’ 

Waar zag je het meest tegenop? 

‘Ik wilde gewoon niet weg uit Utrecht. M’n ouders deden alsof het niet erg was dat ik m’n vrienden dan niet meer zag. “Zie het maar als een uitdaging”, zei m’n moeder. Maar ik wilde helemaal geen uitdaging. En zij heeft makkelijk praten. M’n vader zei dat er niks anders op zat en dat ik me er niet mee mocht bemoeien. Het had iets te maken met geld en schulden.’

Wat troffen jullie aan in het huis? 
‘Een heel gore buiten-wc. En er was geen douche. Was niet erg, zei m’n vader, want we zouden er maar tijdelijk wonen, tot het huis verkocht was. Hij zei dat we ons wel gewoon aan de wasbak konden aflappen, had hij vroeger ook gedaan. En dan gingen ze eens per week in een zinken teil. Eerst z’n vader, dan Arie en dan hij. Allemaal in hetzelfde water. Echt ranzig. Je kunt nog beter in de sloot springen.’ 

Weet je inmiddels meer van je opa? 
‘Ja, maar het was best lastig om erachter te komen wie hij was. M’n vader zei dat ik niet in het verleden moest gaan peuren.’

Maar dat deed je toch…

‘Eh, nou, ja, ik ontdekte gewoon toevallig dingen, samen met Anastazja. En misschien ging ik er ook wel een beetje expres naar op zoek. In het dorp deden ze trouwens ook geheimzinnig. Een man in de bieb zei tegen me: “Hoe meer ge in de stront roert, hoe harder het gaat stinken.”’

Ze noemen mijn vader dus manke Piet

Snap je inmiddels waarom je vader niet over je opa praatte? 

Ja, ergens wel, maar hij had toch gewoon kunnen vertellen wat er gebeurd was? Ik ben bijna dertien. Wat zeg je? Wat er precies is gebeurd? Nee, dat mag ik niet vertellen. Het gaat niemand ene moer aan, dat zei Sjef ook. En hij kan het weten, want hij woont al heel lang in Orpel.’ 

En hoe is het nu met jou en je vader?

‘We zeggen nog steeds weinig tegen elkaar, maar het is nu toch anders. Omdat ik alles weet. Het is wel heel erg, mijn vader was pas vijftien, hè. Ik denk veel na over wat ik zou hebben gedaan in zijn situatie. Soms denk ik: had ik het maar nooit gehoord. Aan de andere kant, ik voel me wel, eh… serieus genomen. En ik bemoei me nu overal mee, haha, en daar zegt hij dan niks van.

Tekenen en lezen

Govrien Oldenburger

Mooie prentenboeken met prachtige platen nodigen uit tot zelf tekenen. Ook verhalen, voorgelezen of lekker zelf gelezen, kun je heel goed gebruiken als basis voor een tekenles..

Lijken uit de kast

Liselotte Dessauvagie

‘Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel!’ Misschien verzucht je dat wel eens in de klas wanneer je terugkomt en de boel op stelten staat. Het duurt soms even voor de kinderen begrijpen wat je daar nu mee bedoelt..