Waaruit bestaat een goede collectie?

Een uitnodigende schoolbibliotheek bestaat uit boeken voor iedereen. De collectie moet zo divers zijn dat ieder kind erin wil ronddwalen, omdat het zeker weet dat er iets te vinden is dat aanspreekt. Onderzoek wijst uit dat er minimaal vijf boeken per leerling in de collectie beschikbaar moeten zijn zodat er voor elk kind iets te kiezen valt. Idealiter zijn dat er nog iets meer, gemiddeld 7 à 8 boeken per leerling, prentenboeken en informatieve boeken meegeteld.

Naast een basiscollectie met een gevarieerde AVI-start en beginnend lezen-afdeling en ruime keuze uit verhalende fictie moet er ook ruimte zijn voor boeken uit series die geschikt zijn voor kinderen die net wat beter of juist wat minder goed lezen, zoals Tijgerlezen, Toneellezen en Zoeklicht. Een aparte plank voor gedichtenbundels en fijne sprookjes- en voorleesboeken is onmisbaar. 

Vergeet ook de informatieve boeken niet, want er worden zulke mooie informatieve boeken voor kinderen uitgegeven dat deze ook echt een plek verdienen in elke schoolbieb. Kinderen die wat minder graag lezen kunnen soms helemaal opgaan in mooie non-fictie boeken over onderwerpen waar ze interesse in hebben en deze titels kiezen voor het vrij-lezen moment in de klas. 

De ideale collectie is dus een collectie waarin ieder kind mooie boeken vindt en graag weer naartoe gaat om wat nieuws te kiezen. Kinderen die meer plezier hebben in lezen omdat ze kunnen lezen wat ze leuk vinden, gaan meer, en daardoor ook beter, lezen.   

In de volgende Lequ!

waarom gooi jij Matilda weg? Met Leesvink adviseert Merel basisscholen bij het opzetten van een succesvolle schoolbibliotheek. Contact: info@leesvink.nl

De diepte in met Ole uit Het Pungelhuis

Govrien Oldenburger

‘Ik mocht niet in het verleden peuren’ Ole dacht dat hij geen opa had. Tot die overleed. En toen moest Ole ook nog eens in zijn huis gaan wonen! Een groot, oud huis in de bossen bij de grens met België. Daar ontdekt hij waarom z’n vader nooit over het verleden wilde praten. Hoe was dat voor Ole? We vroegen het hem zelf..

Bekentenis

Dorothé Cras

Vroeger, als een boek té spannend werd, keek ik stiekem hoe het afliep. Ik kon zo gesteld raken op personages, dat ik het idee niet aankon dat ze hun doel niet zouden bereiken, of erger nog, dat ze het eind van het boek niet zouden halen. Door vluchtig mijn ogen over de laatste pagina’s te laten dwarrelen, probeerde ik mezelf voor de schok te behoeden van een onfortuinlijk einde van mijn papieren dierbaren..